ANDRÉ VEREECKEN DANS "HET VRIJE WAASLAND"
ANDRÉ VEREECKEN IN "HET VRIJE WAASLAND" 

Vous trouverez ici des articles de presse sur André Vereecken provenant du journal le plus lu dans la région à l'époque : "Het vrije Waasland". Ce journal est paru de 1944 à 2011.
Le critique d'art qui a le plus écrit sur André Vereecken est Frans Van Eyck (1927-1992). Frans (sous le pseudonyme VEF) est aussi celui qui a découvert André, pour ainsi dire, lors de sa toute première exposition de groupe, l'exposition caritative Wereldsolidariteit, à Sint-Niklaas en 1967. De cette année-là jusqu'au début des années 90, Frans a suivi l'évolution artistique d'André et a régulièrement traduit son point de vue implacable et strictement personnel en articles informatifs, compréhensibles et agréables à lire dans "Het vrije Waasland".

Dans les années 90, Frans Van Eyck a écrit les textes du court-métrage "Het Masker". André a fait des illustrations pour un livre de poésie écrit par Frans. Début 1992, Frans est décédé et à l'occasion de l'exposition "Hommage aan Frans Van Eyck" en 1993 (KWKK), André a créé une œuvre d'art intitulée "Frans als gedachte" (Frans comme pensée).

 

Hier vindt u persartikelen over André Vereecken uit de op dat moment meest gelezen krant in de regio: "Het vrije Waasland". Deze krant verscheen van 1944 tot en met 2011.
De kunstrecensent die het meest over André Vereecken schreef was Frans Van Eyck (1927-1992). Frans (onder het pseudoniem VEF) was ook de man die André als het ware ontdekte op zijn allereerste groepstentoonstelling, de liefdadigheidstentoonstelling Wereldsolidariteit, in Sint-Niklaas in 1967. Vanaf dat jaar tot begin jaren negentig volgde Frans André's artistieke ontwikkeling en zette zijn onverdroten strikt persoonlijke kijk regelmatig om in informatieve, begrijpelijke en fijn om te lezen artikelen in "Het vrije Waasland".

In de jaren negentig schreef Frans Van Eyck de teksten voor de kortfilm "Het Masker". André maakte illustraties voor een dichtbundel geschreven door Frans. Begin 1992 overleed Frans en ter gelegenheid van de tentoonstelling "Hommage aan Frans Van Eyck" in 1993 (KWKK), maakte André een kunstwerk getiteld "Frans als gedachte".

 

KUNST VAN EN VOOR WERELDSOLIDARITEIT
1967 - Wereldsolidariteit - Liefdadigheidsveiling - Gildenhuis - Sint-Niklaas

.../
Een meer dan aangename verrassing bracht ons het werk van A. Vereecken, zowel met zijn tekeningen, eenvoudig van ontwerp en conceptie maar expressief door de beweging van de lijnen; als met zijn schilderijen in donkere toonwaarden waardoor een diffuus licht glijdt terwijl de gevoelige lijnen het object als het ware suggereren. Onzes inziens getuigt het werk van A. Vereecken van een begaafdheid en een ernst die het vertrouwen dat sommigen in hem stellen volledig rechtvaardigt.
/...

VEF (Frans Van Eyck) - Het vrije Waasland 1967

 

 

TENTOONSTELLINGEN IN HET WAASLAND - ANDRÉ VEREECKEN
1969 - TENTOONSTELLING ANDRÉ VEREECKEN - GALERIJ WAUMANS - SINT-NIKLAAS

  In Galerij Waumans te Sint-Niklaas exposeert tot 25 juni 1969 André Vereecken, een schilder die wel lang heeft gewacht (hij is achter in de dertig) om zijn werk voor het publiek te brengen. Alhoewel zijn schilderijen onderling soms zeer sterk verschillen geven ze toch de indruk binnen een betrekkelijk korte periode te zijn ontstaan; zij bezitten een sterke binding wat betreft het geestelijk klimaat waarin ze zijn ontstaan. Het onderscheid tussen de verschillende groepen werken is minder te zoeken in een veranderend levensinzicht dat door de tijd ontstaat, dan in een blijkbaar snel loskomen van beperkingen en aarzelingen wat de vormgeving, de behandeling van het materiaal e.d. betreft. Ik heb dan ook de indruk dat deze tentoonstelling getuigt van een snelle evolutie naar een spontane creativiteit die hoofdzakelijk emotioneel wordt geleid. Waar het ene gedeelte van deze expositie is gekenmerkt door een gedwongen rust, soms ook onzekerheid of wazigheid van compositie wat vorm en kleur betreft, toch zijn er reeds tekenen die in de richting van het andere gedeelte, dat in de nieuwe zaal is gebracht, wijzen.

  In deze laatste zaal ziet men hoofdzakelijk schilderijen waarvan vorm en kleur veel directer zijn geworden, het totaalbeeld van elk schilderij van weinig of geen compromissen meer blijk geeft.

  Dat er in deze tentoonstelling ook van een soms groot waardeverschil kan gesproken worden stip ik hier slechts even aan. In het raam van deze bespreking is het van onderschik belang, meer een zaak voor de koper dan voor wie zich een idee wil vormen over het werk van de kunstschilder.

  André Vereecken behoort tot die kunstenaars die best zijn wanneer ze zonder omwegen werken, wanneer ze wat ze aanvoelen of ervaren onmiddellijk in de vorm en kleur omzetten (zonder planning, esthetische overweging e.d.). Hun werk bezit dan de geladenheid van het directe beleven, is veelal boeiend en lokt niet zelden sterke reacties uit. Het gevaar uiteindelijk te stranden in een leeg gebaar, een krampachtig volhouden van een vormgeving wanneer de innerlijke drijfkracht en concentratie zijn uitgeput, is allerminst denkbeeldig.

  Op enkele uitzonderingen is het voornaamste deel van deze tentoonstelling geconcentreerd in de nieuwe zaal. Het is me hier ook meest opgevallen dat de schilder zich aangetrokken voelt tot groot formaat, alhoewel hij inzake monumentaal werk bepaalde problemen niet steeds voldoende meester is, zoals ruimte scheppen zonder dat er een leegte ontstaat, weet hij hierin toch overtuigende resultaten te bekomen. Opvallend is ook het assimilatievermogen van André Vereecken. In zijn schilderijen en tekeningen zijn invloeden te ontdekken zonder echter storend te werken. Ik heb de indruk dat hij deze invloeden als het ware onbewust ondergaat, ze spontaan in de eigen persoonlijkheid situerend. Men kan ze hier zonder overdrijving zien als een onopzettelijke hulde aan de voorbeelden en tevens als bewijs voor de ongedwongenheid van de schilder.

  Ondanks zijn allerminst naturalistische vormgeving zou ik hem toch een realistisch schilder willen noemen, in die zin dat hij niet schildert wat hij ZIET of denkt te moeten ZIEN, maar wel een gestalte geeft aan het drama dat zich achter de uiterlijke verschijningsvormen afspeelt. Hij koketteert niet met de zelfkant van het leven, hij koketteert evenmin met walg en afkeer hierbij zichzelf stellend op de verwaten hoogte van de “profiterende” kunstenaar. Kortom, hij is geen met zichzelf ingenomen poseur. Hij zet de wereld zoals hij die ervaart om in vorm en kleur, in beelden. Voor wie zich weet los te maken van kunsthistorische en kunst kritische dogma’s bezit zijn werk, voornamelijk dat in de nieuwe zaal, het meedogenloze en ontwapende van het naïeve, maar ook het bekorende en heldere van dit fenomeen.

  De kracht van André Vereecken schuilt mijns inziens in zijn ongedwongenheid, in de spontane manier waarop hij zich weet uit te drukken zonder bijvoorbeeld af te vragen of zijn werk wel “persoonlijk” genoeg is in zijn persoonlijke en in wezen meedogenloze benadering van de werkelijkheid. Deze eigenschappen hebben ook een keerzijde, want er is niets dat zo snel kan verloren gaan (bijvoorbeeld door succes) dan spontaneïteit. Er zijn legio kunstenaars die nu nog vlot verkopen (wat prettig is) om de gaven die ze eens bezaten (wat droevig is).

 Ondanks de trieste publiciteit (waarvoor exposant noch galerij zich verantwoordelijk stelden) is deze tentoonstelling zeker een bezoek waard.
Alle dagen open van 10 tot 19 uur.

VEF (Frans Van Eyck) - Het vrije Waasland 1969

 

 

TENTOONSTELLING ANDRÉ VEREECKEN
1970 - HUIZE GEERTRUI - LOKEREN

Ik geloof niet dat André Vereecken iets wil "zeggen", een "boodschap" wil brengen zoals dat heet. Ik denk eer dat hij juist gestalte tracht te geven (wellicht onbewust) aan datgene wat hij helemaal niet zeggen kan. Wie dit werk ziet zal het misschien met mij eens zijn dat hier nergens sprake is van een verhaal.  Het wil gewoon iets zichtbaar maken. Wat het wil zichtbaar maken, zou ik kunnen formuleren in een afgezaagde gemeenplaats zoals: "de werkelijkheid achter de werkelijkheid", waarmee dan weer lekker alles en niets is gezegd. Zoals Jan D'Haese ongeveer zei: deze tentoonstelling is zo complex dat het een "roman fleuve" zou vereisen om er over in details te treden.
Het zijn meestal geen lieve dingen die Vereecken schildert en tekent.  Zijn figuren kan men meestal onder de rubriek monsters onderbrengen. Toch speculeren ze helemaal niet op sensatiezucht, hebben niet dat afschuwelijke, dat sommige surrealistische en andere jongeren zo krampachtig trachten te bereiken. Waar ik bij velen van die laatsten de indruk heb dat ze denken: "Ik zal ze eens laten zien hoe verschrikkelijk het allemaal is en hoe goed ik weet hoe wreed en slecht de wereld is", geeft het werk van André Vereecken me de indruk dat het zonder de minste bijbedoeling is ontstaan, dat de inhoud hier als het ware is gegroeid uit het werken. Deze tekeningen en schilderijen zijn vlot en zuiver, zitten ook vol verwijzingen naar andere kunstenaars (en niet de minste) zonder dat dit storend werkt, integendeel zelfs. Ik zou persoonlijk een hele reeks etiketjes op deze werken kunnen plakken (doet me denken aan dit of dat). Toch is hier duidelijk nooit sprake van nabootsen.  

André Vereecken bekommert zich blijkbaar nooit om verwantschappen, hij leeft zich gewoon uit in de middelen die hem ten dienste staan zonder zich veel te bekommeren om het feit of het wel allemaal "origineel" genoeg is. Ik leg hier de nadruk op, omdat hem dit zal worden verweten, hoewel men mijn inziens maar van epigonisme kan spreken als het om slechte nabootsingen gaat. Het werk van André Vereecken is evenmin slecht als het nabootsing kan worden genoemd.
Wat me vooral in de laatst ontstane werken opvalt, is een steeds duidelijker naar voor treden, wellicht door een groeiende zelfzekerheid, van een natuurlijk gevoel voor harmonische schoonheid, wat zich zowel uit in de vormen als in de kleuren.
Het is hier helemaal niet mijn bedoeling André Vereecken over het paard te tillen, hem te doen geloven dat hij de hoogste toppen heeft bereikt en zo. De twijfel aan zichzelf is iets dat men de begaafden gewoonlijk niet moet bijbrengen, wel integendeel. Waarom zouden we dan aarzelen onomwonden te zeggen dat we in hun werk geloven. Zijzelf zullen uiteindelijk dit geloof moeten waar maken.

VEF (Frans Van Eyck) - Het vrije Waasland 1970

 

 

TENTOONSTELLING ANDRÉ VEREECKEN
1972 - TENTOONSTELLING ANDRÉ VEREECKEN - GALERIJ DE SISSE - TIEGEM

André Vereecken heeft zijn eigen mogelijkheden (en ook de grote mogelijkheden van de schilderkunst) gevonden door confrontatie met het publiek, in zekere zin tegen dit publiek in. Zijn periode “Permeke”, die hij volledig heeft losgelaten, was die waarmee hij het meest succes kende. Nu is zijn werk voor velen al te vreemd geworden, beangstigend voor sommigen. Het feit dat men bij zijn huidig werk gemakkelijk denkt aan Picasso, Miro e.d. werkt zeker een algemene appreciatie niet in de hand. Toch noemen we graag deze “invloeden” omdat ze hier op een kracht wijzen. Een taal of een stijl gebruiken die sterk verwant is, is niet hetzelfde als nabootsen in de hoop in een bepaald succes te delen. Voor ons is het zonder meer duidelijk dat André Vereecken in wezen slechts één persoonlijkheid volgt, zichzelf.

 

VEF (Frans Van Eyck) - Tekst op de uitnodiging 1972

 

 

ANDRÉ VEREECKEN
1973 - TENTOONSTELLING ANDRÉ VEREECKEN - GALERIJ HUIZE GEERTRUI - LOKEREN

  Het werk van Andre Vereecken getuigt van een zeer rijke fantasie. Interessant is het hierbij te merken dat zijn verbeelding nooit op hol slaat, evenmin als ze wordt omgebogen tot een zwaarwichtig symbolisme.
  Zowel zijn schilderijen als zijn grafisch werk zijn spontaan, helder en zuiver van conceptie. Niets wordt verdoezeld, vaag en raadselachtig gemaakt.
   De gestalten of de uitgebeelde voorwerpen zijn zeker niet alledaags, maar ze zijn in wezen niet vreemder dan wat soms in sprookjes (voor kinderen of volwassenen) wordt beschreven. Men moet a! zeer weinig fantasie hebben om b. v. niet een stoel van een figuur te onderscheiden.
   Wat ons dan ook steeds weer in het werk van Andre Vereecken treft is de vanzelfsprekendheid, niets is gedwongen of maakwerk. Zijn taal is de kleur, de lijn, het vlak waarmee hij zich direct uitdrukt en dat zonder omwegen. De man die b.v. zeegezichten schildert om zich uit te drukken gebruikt in feite het schilderij als schakel waarmee hij zijn indrukken over de zee over tracht te brengen. Vereecken daarentegen praat a.h.w. direct van uit het doek of de tekening, de toeschouwer heeft dan ook geen enkel houvast buiten het werk.
  Wie echter ergens contact met dit soort kunst weer te maken heeft heus geen toevoeging van persoonlijke herinneringen of emoties meer nodig om het te begrijpen.
   Deze schilderijen leest men niet of ontleedt men niet, men zoekt er geen geheimtaal in. Men ondergaat ze, als een ballet, als muziek en alle die andere dingen die men enkel leert doorgronden door ze steeds weer te ondergaan. Vereecken doceert niet in zijn werk, hij leeft erin. Misschien vinden we in deze doeken een bevestiging van de laatste plaats waar in onze tijd nog échte avonturen zijn te beleven, de fantasie. Maar dan een verbeelding die nooit volledig loskomt van de fantasie. Zo ongeveer als in de avonturen van don Quichotte de la Mancha.
Huize Geertrui te Lokeren, tot 9 april.

VEF (Frans Van Eyck) - Het vrije Waasland 1973

 

 

ANDRÉ VEREECKEN BIJ WAUMANS
TE SINT-NIKLAAS
1978 - TENTOONSTELLING ANDRÉ VEREECKEN - GALERIJ WAUMANS - Sint-Niklaas

  Het is alweer bijna vier jaar geleden dat deze wonderlijke knaap nog in eigen stad tentoonstelde. Ik ben heus niet van zins de zaken op te schroeven. Ik schreef wonderlijke en niet wonder. Ik schreef knaap alhoewel André Vereecken de éénentwintig al lang achter de rug heeft.

Wonderlijk. 
  Voor zowat tien jaar, al ruim de dertig gepasseerd, stelde hij voor de eerste keer tentoon. Zeer bescheiden in een groepstentoonstelling - voor een – goed - doel. Hij was verrast omdat zijn schilderijtjes, die geen ereplaats hadden gekregen, zo sterk de aandacht trokken van kunstliefhebbers op speurtocht. Toen ikzelf, enkele maanden later en eerder toevallig, zijn atelier bezocht was ik nog meer verrast. Deze onbekende had niet alleen, in alle stilte, een grote productie samengeschilderd en getekend; de werken die ik op voornoemde tentoonstelling had gezien behoorden in feite tot een voor hem zo goed als afgesloten periode.
  Toen, begin 1969, zag ik in zijn atelier reeds veel schilderijen waarin alles reeds was wat het werk dat hij nu maakt typeert. Zij die beweren dat hij zijn huidige stijl heeft gevonden onder impuls van bepaalde personen, hebben dan ook ongelijk. AI is het zeker niet uitgesloten dat het aanvaard worden van zijn werk door sommigen, hem meer zelfzekerheid heeft gegeven. Er zijn ten slotte weinig mensen die het zonder enige erkenning kunnen doen.
  Het “wonderlijke” bij André Vereecken is juist dat hij het zolang op zijn eentje heeft gespeeld, in een omgeving die overwegend conservatief zoal niet reactionair is ingesteld.

  Als beeldend kunstenaar is hij een polyglot, die geneigd is de talen die hij kent te vermengen. Dit is in zoverre een nadeel dat hij bij de kijker verwarring kan stichten, omdat hij zich uitsluitend bedient van “moderne” talen. En toch is er helemaal niets fout aan wat hij doet. Ook de meeste zogenaamd traditionele schilders zijn allerminst “taal zuiver”. Bij hen echter zijn de verschillende idiomen, door de tijd en zo, zodanig versmolten dat zij niet meer opvallen. Men ziet de oorsprong ervan niet meer.

 

Knaap. 
  Ik noemde hem spontaan “knaap”, alhoewel hij een heer is, omdat hij nu eenmaal zo in zijn werk is. Als hij schildert of tekent is hij als een jongen die volledig in zijn spel opgaat. Zijn kunst is een spelen. Spelen met vormen, lijnen, kleuren en komposities. Hij speelt echter niet als een volwassene voor wie het “allemaal maar spel is”. Hij speelt als een knaap, in bittere ernst.
Hij tekent en schildert sprookjes zoals Grimm die opschreef, luisterend naar vertellers rond de haard. Volkswaarheden, die zowel gecamoufleerd als gecondenseerd worden overgeleverd. Soms wreed, soms humoristisch, nu eens spits en dan weer gevoelig.
  Hij is echter een verteller die, bezig zijnde, zijn verhalen uitvindt. Hij vertelt met lijnen, kleuren en

vormen.
  Hij abstraheert niet. Hij vertrekt niet van een model om dat vervolgens tot enkele tekens te herleiden of in louter plastische elementen te ontleden. Hij concretiseert. Hij vertrekt van losse elementen die a.h.w. tot tekens groeien waarin wij dingen die wij kennen gaan herkennen. Het is dan ook praktisch onmogelijk zijn werk langs intellectualistische weg te begrijpen, het ligt volledig op het emotionele vlak. Iets wat niemand verwonderlijk zal vinden als het wordt gezegd van b.v. de schilderijen van Jos de Mey, maar wat moeilijk wordt aanvaard bij werk als dat van André Vereecken. Omdat het bij de eerste vooral gaat om een traditionele emotionaliteit, terwijl bij de laatste de nadruk ligt op het spirituele.

  Het is eigenlijk allemaal moeilijk uit te leggen. Als men het “over de liefde tot de natuur” van Jos de Mey heeft, dan zegt men in feite niets al wordt her ook- als “waarheid” geslikt.
Want liefde tot de natuur kan zich uiten door graag wandelen in de velden, door het verzamelen van planten, door het bestuderen van de vogels. Men kan boordevol liefde tot de natuur zitten en toch onbekwaam zijn een redelijk goed schilderij te maken. Ook bij een Jos de Mey mag men zich niet blindstaren op het prentje, het schilderij is ook daar het belangrijkste.
  Vorige week citeerde ik uit een tekst van 1919: “Evenals voor andere schone kunsten is het domein dat de artiestfotograaf bewandelen mag grenzeloos”. De vraag is in hoeverre wij, naar de kunst gaande, afstand willen doen van ons eigen begrenzingen.
  Het gaat er niet om of wij uiteindelijk en persoonlijk het werk goed vinden. Het gaat erom hoever ons op onbekende paden durven wagen om te ontdekken waar onze eigen grenzen liggen... én die van de kunstenaar.
  In feite moeten wij naar alle kunst op dezelfde manier proberen kijken, elk kunstwerk metende met zijn eigen maat.

 

Galerij Waumans tot 17 mei,
elke dag van I0 tot I9 uur, zon-
dag van 10 tot 13 uur. Opening
op 28 april te 20 uur.                                    VEF (Frans Van Eyck) - Het vrije Waasland 1978

KONINKLIJKE WASE KUNSTKRING EN SPROOKJES1979 - Jaarlijkse Tentoonstelling Koninklijke Wase Kunstkring - Sint-Niklaas

.../

Met André Vereecken ben ik bijna rond, ook met het sprookje dat niet helemaal dood is. Dat deed mijn zoon ook, toen hij vijf was, zei een dame. Alle moeders denken dat hun kinderen, van vijf, geniaal zijn. Maar André Vereecken is een man met kinderen, een man die echt wel weet wat de wereld en het leven hebben te bieden. Het is maar dat schijnbaar nog kan wat een kind zou kunnen, maar wat geen enkel kind kan zoals hij het doet. Kinderen kunnen sprookjes illustreren. Maar kinderen kunnen geen sprookjes schrijven die later het illustreren waard zijn. André Vereecken tekent dingen die vragen.

/...

VEF (Frans Van Eyck) - Het vrije Waasland 1979

 

 

ANDRÉ VEREECKEN - KUNSTSCHILDER (1/2)
1980 - TENTOONSTELLING ANDRÉ VEREECKEN - KASTEEL WALBURG - Sint-Niklaas

André Vereecken werd geboren te Sint-Pauwels op 17.6.1932. In 1948-’49 volgde hij lessen in schilderen en vrije grafiek aan de Stedelijke Akademie voor Schone Kunsten van Sint-Niklaas. Zijn eerste individuele tentoonstelling was in 1969 in Galerij Waumans te Sint-Niklaas.
Nadien volgde verschillende individuele tentoonstellingen o.a. te Lokeren (Geertrui) Mechelen (Nova), Tiegem... Ook werd hij geselecteerd voor groepstentoonstellingen in binnen- en buitenland.

Werk in openbaar bezit: 
Stad Sint-Niklaas << Twee Figuren voor Spiegel », olieverf op doek 80 X 120 cm.

Lid van de Koninklijke Wase Kunstkring


Schets voor Monografie

  Uit “Het Vrije Waasland” van 22.4.1967: 
<< Een meer dan aangename verrassing bracht ons het werk van A. Vereecken, zowel met zijn tekeningen (…) als met zijn schilderijen in donkere toonwaarden (...) onzes inziens getuigt dit werk van een begaafdheid en een ernst die het vertrouwen dat sommigen in hem stellen volledig rechtvaardigt ». (VEF). Dit citaat komt uit de

bespreking van een groepstentoonstelling ten bate van “Wereldsolidariteit” waar A. Vereecken, alhoewel reeds lang met schilderen en tekenen bezig, voor het eerst werk voor het publiek bracht.
  Die “sommigen” waarvan sprake waren geen dichterlijke vrijheid, zij bestonden echt. Ondanks hun positieve houding voelde hij zich pas in 1969 sterk genoeg om een individuele tentoonstelling te wagen.
  Die tentoonstelling in Galerij Waumans te Sint-Niklaas bracht twee belangrijke resultaten. Bij de enkele fans van vroeger kwamen nu mensen die kunst niet beoordelen op basis van vriendschap voor de maker ervan. Men kan ze dan ook moeilijk “fans” noemen, veeleer welwillende (scherp)rechters. Het tweede resultaat, wellicht het belangrijkste; was dat hij na deze tentoonstelling definitief koos voor wat hijzelf het belangrijkste vond en (waarom ook niet) het liefste deed.
  Het laatste vraagt enige verduidelijking. Nog in de tentoonstelling van 1969 vond men twee soorten werken naast, als onvermijdelijke derde, andere die een overgangsfase illustreerden. Enerzijds schilderijen, meestal nogal somber en dramatisch, waarin hij duidelijk zocht naar het vorm geven aan een bepaalde opvatting “hoe kunst er hoort uit te zien”. In zijn geval kon men nog het best spreken van een soort afgezwakt academisch expressionisme. Anderzijds waren er die werken waarin hij zijn verbeelding vrijliet en vakkundigheid en techniek volledig tot middel maakte. Men zou het eenvoudiger kunnen stellen door: enerzijds zich gedwongen voelen te bewijzen wat men kan, anderzijds het zonder meer doen wat men kan.
  Reeds in verband met die eerste tentoonstelling werden namen genoemd als Picasso, Klee of Miro.
Maar die vergelijkingen zijn eerder toevallig en soms zelfs vergezocht. Het is pas na 1969 dat hij doelbewust het werk van die kunstenaars grondig gaat bestuderen. Waarom ook niet? Wie vrij is zijn leermeesters te kiezen zal die nemen die voor hem het meest geschikt zijn. Men moet daarbij invloeden riskeren om ze te kunnen overwinnen.

  Ik citeer uit wat Hector Waterschoot schreef voor “De Zeven Kunsten” (BRT 22.4.1972). 
Eerst betreffende een vorige tentoonstelling:
<<<< de kunstenaar verraste niet minder door de duidelijke verwijzingen in zijn werk naar het oeuvre van Picasso >>>>
En dan verder over de tentoonstelling in 1972:
 << Met deze nieuwe tentoonstelling komt André Vereecken aantonen dat er ongetwijfeld redenen zijn te hopen dat het niet die richting uit zal gaan. Er zijn voorzeker nog doeken waarin men de invloed van de negentigjarige Spanjaard herken. De meest recente panelen wijzen echter op een ontwikkeling die meer en meer een eigen persoonlijkheid markeert. De oudere werken sloten niet alleen in hun thematiek maar evenzeer in hun kompositie als in hun technische realisatie dicht bij het voorbeeld aan. Thans is deze beïnvloeding herleid tot eerder ondergeschikte fragmenten van de kompositie>>>> (einde citaat)

  Het opmerkelijkste in het werk van Vereecken is mijns inziens dat hij doelbewust de invloed van sterke en markante “leermeesters” heeft ondergaan zonder zijn eigenheid te verliezen. De enige manier om dat te ontdekken is de daadwerkelijke vergelijking.

VEF (Frans Van Eyck) - Het vrije Waasland, augustus 1980

 

VEREECKEN IN WALBURG (2/2)
1980 - TENTOONSTELLING ANDRÉ VEREECKEN - KASTEEL WALBURG - Sint-Niklaas

  Schilderijen en tekeningen van André Vereecken in Kasteel Walburg, stadspark te Sint-Niklaas, tot 5 oktober.
Elke tentoonstelling van André Vereecken brengt nieuwe verrassingen voor hen die hem al jaren, zelfs van toen hij begon, volgen. Ik denk dat de oorzaak daarvan is dat hij steeds vrijer en zelf zekerder werkt. De verrassing is niet het gevolg van veranderingen betreffende vorm of gebruikte materialen. Men kan zelfs zeggen dat sinds 1969 zijn werkwijze geen wezenlijke veranderingen heeft ondergaan. Maar het werk zelf is veel spontaner en directer geworden.

 

 

Om voorgaande duidelijker te maken, een stukje geschiedenis. André Vereecken volgde lessen aan de academie in 1948-49 fout. Een ervaring die, hoe kort ook, een belangrijke rol heeft gespeeld in zijn latere ontwikkeling. Hoewel hij het meeste van wat hij kan op eigen houtje en veel oefening heeft veroverd, toch kreeg hij in de academie een stevige basis mee. Wat hij ook meekreeg was het geloof dat kunst binnen bepaalde vormen moet blijven.
  Na 1949 volgen vele jaren van stilte, zoals men dat noemt. De vrije tijd die hem rest besteedt hij aan schilderen en tekenen. Maar niet als ontspanning, niet om die tijd op een nuttige manier te vullen. In feite was hij op zoek naar het brengen van een zo sterk mogelijke expressie binnen een artistieke vorm.
 In 1967 komt hij voor het eerst, en eerder toevallig, met enkele schilderijtjes buiten in een grote groepstentoonstelling zonder lijn of maat. De onvervalste knutselaar toonde er zijn werk naast de eerlijkste zondagsschilder enzovoort.
  De verrassing voor hem was dat enkele kunstliefhebbers, onbekenden voor hem, zijn schilderijen er uitpikten. Ik vrees dat hij toen en nog maanden daarna getwijfeld heeft tussen: “Spelen ze met mijn voeten of menen ze het echt”. Zo is hij nu eenmaal, steeds op zijn hoede voor vleierij en er steeds van overtuigt dat het nog beter kan.
  Het feit dat de aanmoediging uit een onverdachte hoek kwam zal uiteindelijk wel de doorslag hebben gegeven.
De schilderijen die hij in 1967 toonde, verraadden nog zijn academische ervaring, al waren ze al geëvolueerd tot een soort privé neo-expressionisme, met veel “naar de natuur”. Toen in 1969 een paar mensen (waaronder Luc Walschap) een bezoek brachten aan zijn atelier als voorbereiding tot zijn eerste individuele tentoonstelling, deden zij een belangrijke ontdekking. Zij stuitten toevallig, door op eigen houtje op onderzoek te gaan, op een reeks “verborgen” werken. André Vereecken was er, weer eens, van overtuigd dat het nog niet goed genoeg was, dat men daarvoor niet zou zijn. Het enthousiasme van die bezoekers deed hem er uiteindelijk toe besluiten dan toch ook dat “ander” werk te tonen. Het resultaat was voor veel mensen een tamelijk verwarrende toestand. Voor de kunstenaar zelf werd het een openbaring. Want de schilderijen die hij verborgen had gehouden trokken het meest de aandacht van hen die zich voor de kunst interesseerden, dus niet beïnvloed werden door persoonlijke bindingen met de mens die erachter stond.

  Ik heb dit verhaal, waarin niets is verzonnen, niet verteld omwille van de kleur en de bladvulling. De
“verborgen werken” waarvan sprake, zijn het werkelijke begin van wat men nu de eigen stijl, de eigen manier van uitdrukken, van Vereecken kan noemen.
 Wat hij verder nog heeft gedaan, en dat steeds weer voor verrassingen zorgt, is veel werken waardoor zijn vormgeving steeds losser werd en zelfzekerder; terwijl hij tezelfdertijd met een teveel aan schroom afrekende. Dit laatste is mijn inziens zeker zo belangrijk als het eerste. Want het onderwerp, in feite de oorzaak van zijn tekenen en schilderen, is werkelijk de “aller-individueelste emotie” die tegelijk algemeen menselijk is. In zijn werk heeft hij het over ervaringen die iedereen kent, maar waarover men zelden praat. Die men eigenlijk moeilijk kan verwoorden, al hebben zij soms namen als angst, vreugde, verdriet, hartstocht, “ik zie het niet meer zitten” en zo meer.
  Hij wil die direct in beeld brengen, zonder omwegen of clichés, en onverdund. Maar ook in hun gecompliceerdheid.
Maar voor zijn “onderwerp”, hoe algemeen menselijk ook, heeft hij slechts één vertrouwbaar model; zichzelf.
  Maar André Vereecken is allesbehalve een exhibitionist, zoals uit het gedane verhaaltje is af te leiden. Hij is eerder geneigd zijn gevoelens te verstoppen.

  Het is niet mijn bedoeling de psycholoog te spelen. Mijn belangstelling richt zich uitsluitend op het werk.
 Vereecken heeft lang gewacht om zijn werk tentoon te stellen. Dat is gedeeltelijk te wijten aan te weinig zelfvertrouwen, maar is mijns inziens eveneens het gevolg van een angst zichzelf bloot te geven. Dat laatste heeft hem mijns inziens gedreven naar de vormgeving die hij gebruikt, en die een vorm van camouflage is.
 Men heeft zijn werk meermaals bij de “fantastische kunst” gerekend. Dat hij over een sterke, voornamelijk beeldende, fantasie beschikt, blijkt duidelijk uit zijn werk. Maar datgene wat hij met zijn werk tot uiting brengt is pure realiteit, misschien meer dan de zichtbare werkelijkheid wier weergave voor sommigen het hoogste artistieke betrachten moet zijn.
Om een zoals steeds mank lopend voorbeeld te gebruiken: is de realiteit van de regenboog die kleurrijke illusie of is het het breken van het zonlicht in regendruppels? Het antwoord is onbelangrijk. Ik heb alleen maar de indruk dat de belangstelling van Vereecken niet gericht is op die boog noch op de natuurkundewet die er aan ten grondslag ligt. Hij wordt geboeid door het “wonder” dat zich steeds maar herhaalt in alle mogelijke variaties.
 De basis van zijn werk is in feite verwondering over de onophoudelijke tegenstelling tussen schijn en werkelijkheid.
Maar ik was even het spoor bijster.
  Ik wilde schrijven dat Vereecken zijn beeldende fantasie gebruikt als een vorm van camouflage en
daardoor, zij het even onbewust, meer in zijn kaarten laat kijken dan hem lief is.
  Dat is de reden waarom ik zijn werk ben beginnen zien als een onophoudelijke, boeiende maskerade. Maar ook een mooie maskerade, want het is zonder meer duidelijk dat de ontwerper ervan zeer gevoelig is voor het esthetische, het decoratieve. 
  Een tentoonstelling als deze is als een carnavalsstoet gebouwd door een fantasierijke, van schoonheid houdende ontwerper. Het is tezelfdertijd een maskering en een ontmaskering. Leven en dood, vreugde en verdriet, verbijstering en rust, humor en bittere ernst defileren er elk afzonderlijk, soms in groepen vol spel en ernst.
Dat was het zo ongeveer. Zoals gebruikelijk, daar onvermijdelijk, in dit soort geschrijf zei ik te veel en te weinig.
  Deze tentoonstelling is meer dan de moeite waard er een bezoek aan te brengen. Het is mogelijk dat het uw genre niet is, dan is nog niet het hek van de dam.
Maar als het wel uw genre zou zijn, dan brengt zij van het beste dat u er in kunt vinden.
  En of het kunst is? Volgens mij wel. Maar dat is niet zo belangrijk. Want kunst kan niet worden gedefinieerd, alleen worden herkend.

VEF (Frans Van Eyck) - Het vrije Waasland, september 1980

 

ANDRÉ VEREECKEN
 1980 - TENTOONSTELLING ANDRÉ VEREECKEN - SINT-JOZEF KLEIN SEMINARIE - Sint-Niklaas

Sint-Jozef Klein Seminarie, Kollegestraat 31 Sint-Niklaas du 13 octobre au 7 novembre, tous les jours ouvrables de 8 à 17 heures. Cela signifie qu'une partie de l'exposition André Vereecken déménagera de Walburg à l'adresse mentionnée ci-dessus.

Aucun miracle n'est à attendre, certainement pas dans la ville de l'ami des enfants le plus merveilleux de tous les temps. Néanmoins, l'exposition à Walburg a suscité un réel intérêt, même s'il n'était pas nécessaire d'aller à Cologne ou à Paris ou... Amsterdam. Il y avait aussi des dizaines de visiteurs à l'intérieur et à l'extérieur, mais je les laisse de côté. Bien que. Ils avaient pris la peine de venir, pourquoi ne pas prendre la peine de regarder tout de suite ? Même si André Vereecken n'apporte pas une rangée de natures mortes ou de prairies, son travail est techniquement et professionnellement responsable. Ou allons-nous encore chercher dans l'art ce que nous avons trouvé depuis longtemps, comme son ennui décoré et ses proches ? Peu importe.

Résumons une conversation de deux messieurs plus âgés avec André Vereecken. Et moi, en tant que témoin silencieux.

 

A. "Je vous ai vu apprendre à tracer des lignes droites il y a des années, et maintenant je ne trouve plus de lignes droites dans votre travail."

A.V. "C'est parce que je n'ai plus besoin de lignes droites."

A. "Je préfère les peintures (il dit quelques chiffres) parce que dans celles ci, les couleurs, en même temps sont harmonieuses et gardent les figures bien séparées les unes des autres".

B. "C'est un monde à part, on ne peut pas voir ça comme des peintures ordinaires. Il faut y réfléchir. Je vais jeter un coup d'œil à ce tableau que vous avez trouvé le meilleur".

Après une demi-heure d'observation, les messieurs sont revenus sur leurs pas et ont comparé.

En rentrant chez moi, à travers le parc qui est beau et peu utilisé, je me suis demandé : "qu'est-ce que ce serait, une peinture ordinaire ? ».

Je vais devoir retourner au Collège, car seuls les morts ne sont plus curieux.

                                                                     VEF (Frans Van Eyck) - Het vrije Waasland, 1980

KONINKLIJKE WASE KUNSTKRING
1982 - Jaarlijkse Tentoonstelling Koninklijke Wase Kunstkring - Sint-Niklaas

…/
En zo komen we bij André Vereeckens “veertig tekeningen met inwendige titel”, zijnde vijf lijsten waarin telkens acht tekeningen. Zijn werkwijze is te vergelijken met het automatisme, maar dan zonder het principieel streven om alle bewust controle uit te schakelen. Het zijn als fragmenten uit een persoonlijk dagboek van iemand die sneller tekent dan hij kan schrijven of praten. Men moet het lezen, elke poging tot navertellen kan enkel leiden tot vervalsing. 
/…

VEF (Van Eyck Frans) - Het vrije Waasland 1982

 

 

KONINKLIJKE WASE KUNSTKRING
1984 - Jaarlijkse Tentoonstelling Koninklijke Wase Kunstkring - Sint-Niklaas

…/
André Vereecken heeft vier van zijn typische werken ingeleverd die (weer eens) de gebruikelijke scheve en schuine commentaar uitlokten. Ik zie ze nog steeds als ironische sprookjes voor volwassenen, gemaakt door iemand met een fijn gevoel voor compositie. Aangenaam om naar te kijken, plezierig om te onderzoeken. Het is werk dat om commentaar vraagt, vooral guitige. Zodra die achterwege blijft zal ik mij zorgen maken over André Vereecken en vooral over de ernst van de ernstigen.
/…

VEF (Frans Van Eyck) - Het vrije Waasland 1984

 

 

 

ANDRÉ VEREECKEN IN HET SINT-NIKLASE STADHUIS
1990 - TENTOONSTELLING ANDRÉ VEREECKEN - STADHUIS - Sint-Niklaas

Schilderijen en tekeningen van André Vereecken in het stadhuis van Sint-Niklaas tot 26 februari. Toegankelijk tijdens de kantooruren.

 

 

Tijdens de periode 1948-1949 volgde André Vereecken lessen schilderen en vrije grafiek aan de academie van Sint-Niklaas. Op die manier verkreeg hij een zekere technische basis voor datgene waar hij al volop door geboeid was en in praktijk trachtte te brengen, de plastische kunst. Na die korte periode aan de academie volgden jaren van zelfstudie (hier geen ijdel woord) waarin hij zijn vaardigheid ontwikkelde en zijn kennis verruimde. Pas laat kwam hij met zijn resultaten buiten, zeer bescheiden en bij in die jaren in zwang zijnde groepstentoonstellingen waarin de huisvlijt domineerde. Hoe onopvallend hij zich ook manifesteerde, geleidelijk kreeg hij de reputatie een "geboren kunstenaar” te zijn. Dikwijls een andere manier om te zeggen dat hij de gezapige rust van de kringen waarin hij verkeerde verstoorde. Het duurde echter bijna twintig jaar (na zijn tijd in de academie) voor hij, eerder toevallig, werd opgemerkt door mensen die hem ruimere mogelijkheden konden bieden. Hij nam toen deel aan een massatentoonstelling in het Gildenhuis voor een of ander "Goed Doel" (Wereldsolidariteit). Zijn bijdrage bestond uit een drietal kleine werkjes die door hun sterke expressiviteit, letterlijk en figuurlijk, uit de toon vielen. Het gevolg was een individuele, uitgebreide tentoonstelling in 1969 in galerij Waumans. André Vereecken was toen zevenendertig jaar en allesbehalve een beginneling. Die tentoonstelling was voor de meeste bezoekers een complete verrassing, zowel in gunstige als in ongunstige zin. Welk standpunt men ook innam, men kon André Vereecken niet afdoen (afmaken) met onverschilligheid of ongemotiveerde kleinering. Misschien klinkt dat nogal overtrokken nu, twintig jaar later. Maar in die tijd werd de kunst van en in het waasland nog gedomineerd door een drukkend provincialisme in de waardigheid van een "vooruitstrevend" conservatisme verpakt. Onmogelijk en toch waar en nog lang niet gestikt in eigen opgeblazen onbenulligheid. Maar dit is een andere geschiedenis.
Wellicht voor Vereecken het belangrijkste resultaat van de tentoonstelling was dat hij werd opgemerkt door Jan D'Haese, die zich niet tot woorden van lof en aanmoediging beperkte. Zowel individuele tentoonstellingen als deelname aan merkwaardige groepstentoonstellingen waren het gevolg. Alles wees erop dat André Vereecken op weg was een stevige plaats te krijgen in het Vlaamse kunstgebeuren. Voor zowat tien jaar bleek dié bron vrij plots op te drogen, al is het mogelijk dat Vereecken zelf het allemaal een beetje te veel vond worden. Aan zijn schilderijen en tekeningen lag het zeker niet, want die werden steeds sterker en persoonlijker. Maar ook dat is een andere geschiedenis. Wat er ook van zij, de laatste jaren beperkte hij zich hoofdzakelijk tot deelname aan de jaarlijkse tentoonstellingen van de Wase Kunstkring.
Deze beperkte tentoonstelling geeft een vrij goede indruk, al is die niet volledig, van wat André Vereecken heeft te bieden. Toen Picasso ongeveer zo oud was als Vereecken nu, zei hij eens: “Hoe wilt u dat een toeschouwer mijn schilderij aanvoelt zoals ik het heb aangevoeld? Een schilderij komt van ver. Wie weet van hoe ver wel. Ik heb her gevoeld, gezien en gemaakt, en toch weet ik de volgende dag zelf niet wat ik gemaakt heb. Hoe zouden zij in mijn dromen, mijn instincten, mijn verlangens en mijn gedachten door kunnen dringen? Mijn stukken hebben er zolang over gedaan om te ontstaan en zich te vertonen..." (gesprek met C. Zervos). 
Al heeft het geen enkele zin Vereecken met Picasso te vergelijken, toch passen die woorden bij zijn instelling. Maar er is nog iets wat wij de taal noemen. Die is bij André Vereecken het directst en duidelijkst in zijn tekeningen. Zijn figuren zijn in wezen onderhuidse portretteringen van de mens, vlijmscherp en zonder enige toegeving aan literaire en andere afspraken. Om een vergelijking te maken. Bij de vorige tentoonstelling in het stadhuis, René de Lannoy, lag het accent op het schilderkunstig zichzelf manifesteren. Bij deze tentoonstelling dringt de kunstenaar door tot achter de façade om wat daar schuilt in een onuitputtelijk aantal metaforen, van plezierig tot gruwelijk, gestalte te geven. Verwijzend naar de geciteerde mededeling van Picasso en daar verder op doordenkend: de kunstenaar geeft in het werk zichzelf bloot, maar dit is niet het doel van zijn werk. Hij gebruikt zichzelf als het ware als model voor wat wij allemaal zijn "in het diepst van onze gedachten", geen goden maar doodgewone mensen. Het zou m.i. onzin zijn daaruit te besluiten dat het de bedoeling is van een kunstenaar als Vereecken te "ontmaskeren", “aan te klagen” of zelfs maar te “biechten". Daarvoor is hij te veel kunstenaar en dus acteur. Men weet eigenlijk nooit waar ernst en spel in elkaar overgaan of, denkend aan de acteur, waar hij zichzelf speelt en waar hij zich in de huid van een ander verplaatst. De tekeningen dus. Het is eigenlijk jammer dat hij ze met acht of meer binnen één lijst schikt. Het zijn stuk voor stuk dingen die om zo te zeggen zichzelf vertellen. In zijn schilderijen (gouaches), die heus geen gekleurde tekeningen zijn, geeft hij door middel van de kleuren commentaar bij de tekening. Vooral in de negen hier getoonde schilderijen is duidelijk dat de kleur de agressiviteit van de tekening grotendeels relativeert. Maar hoe wij er ook over zouden doordrammen, de kern van de zaak is en blijft simpel. Het zich uitdrukken met lijnen, kleuren of vormen is voor André Vereecken een "natuurlijke" manier om zich te uiten en een gave.

 

VEF (Frans Van Eyck) - Het vrije Waasland 1990

REKKEM’91 TWEE - TRIOMF VAN DE TRANSFORMATIE
1991 - Tentoonstelling Rekkem II '91 - Koninklijke Wase Kunstkring - Sint-Niklaas

.../ 
André Vereecken heeft, zegt men, Picasso en Klee opgegeten. Maar hij heeft ze goddank goed verteerd. Een mens heeft nu eenmaal voedingsstoffen, calorieën en vitamines nodig om te groeien en zichzelf te zijn. André Vereecken is zichzelf, ontwapenend en ontroerend, grappig soms, soms grollig, soms triest en ironisch vertelt hij zijn artistiek verhaal. Minder decoratief dan vroeger en daarom zo authentiek.
/ …

ONBEKEND - Het vrije Waasland 1991